dinsdag, oktober 20, 2020
Waardevolle natuur ook zonder Natura 2000-status

Gemeenten De Wolden, Hardenberg en Staphorst willen niet dat het Reestdal en de voormalige vloeivelden in Slagharen-de Krim worden aangewezen als Natura 2000 gebied. Dat schrijven ze in een gezamenlijke brief aan minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Zeventien  organisaties in de agrarische en bouwsector in Drenthe en Overijssel steunen dit standpunt.

De Vloeivelden bij de Krim en het Reestdal op de grens van Drenthe en Overijssel zijn prachtige natuurgebieden. De afgelopen jaren hebben veel organisaties zich ingezet voor het behoud en de verbetering van de gebieden. De verschillende partijen zien het echter niet zitten om er Natura 2000 gebieden van te maken. Daarom gaven de gemeenteraden van deze drie gemeenten hun colleges van B&W de opdracht om dat over te brengen aan de minister.

In oktober 2019 publiceerden Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek Nederland een nieuw rapport over Important Bird Areas (IBA). Een IBA is van wezenlijk belang voor een of meerdere vogelsoorten. In het rapport worden 39 nieuwe IBA’s genoemd, waaronder het Reestdal en de voormalige vloeivelden in Slagharen-de Krim. In het verleden werden vrijwel alle IBA’s in Nederland aangewezen als Natura 2000 gebieden.

In de brief vragen de gemeenten de minister met klem om op dit moment geen nieuwe Natura 2000 gebieden aan te wijzen. Ook niet de natuurgebieden het Reestdal en de voormalige vloeivelden in het gebied Slagharen-De Krim. Met name hier hebben inwoners en ondernemers zich de laatste jaren actief ingezet om dit gebied te behouden en verder te ontwikkelen. Landbouw en natuur gaan er hand in hand. Een aanwijzing als Natura 2000 gebied zal het draagvlak voor natuurontwikkeling volgens de partijen sterk verminderen.

Vanwege de huidige stikstofproblematiek en onduidelijkheid van consequenties van het aanwijzen van Natura 2000 gebieden willen De Wolden, Staphorst en Hardenberg voorlopig geen nieuwe Natura 2000 gebieden. Deze problematiek leidt al tot economische en sociaal-maatschappelijke schade en grote onzekerheid over de toekomst van (agrarische) bedrijven, banen, woningbouw, verkeer en vervoer en energie.